Visie

De school

Op schoolniveau zijn de trefwoorden: gelijkgerichtheid, overleg en communicatie.

De leidende principes daarbij of hiervoor zijn :

  1. De lerende organisatie

De school is geen samenvoeging van individuen maar een geheel met zijn eigen ontwikkeling waarbinnen op allerlei niveaus geleerd wordt. Hierbij is onze visie op “leren leren” enorm belangrijk.

Vorming is meer dan kennis, inzichten en vaardigheden bijbrengen. Via de eindtermen “leren leren” moeten de kinderen zelfstandig nieuwe kennis en vaardigheden verwerven en in staat zijn problemen op te lossen, ook in gewijzigde situaties.

De kinderen moeten met andere woorden betere leerders en probleemoplossers worden en dat in allerlei wisselende contexten. Leren is immers een levenslang ontwikkelingsproces, waarbij ook iemands opvattingen over leren mee evolueren. Manieren van aanpakken, oplossingsstrategieën en attitudes ontwikkelen, daar gaat het om.

Deze visie op “leren leren” steunt op de overtuiging dat leren een actief en constructief proces is. Competent handelen houdt immers in dat er op de verworven competenties wordt voortgebouwd. Dit veronderstelt actieve inspanningen om te analyseren, concretiseren, verbanden leggen, interpreteren, synthetiseren, abstraheren, evalueren, integreren en transfereren. Een principe dat geldt voor alle leren.

De eindtermen “leren leren” worden los van enige context geformuleerd. Daarmee valt de klemtoon op het feit dat veel aspecten van “leren leren” hun toepassing vinden in uiteenlopende situaties. Ook is het een stimulans voor de school om deze leergebiedoverschrijdende eindtermen in verschillende leercontexten, gevarieerde leersituaties en met leerinhouden uit verschillende leergebieden aan te leren en te oefenen. Zo wordt ook het transferkarakter ervan voor kinderen zichtbaar en geleidelijk aan duidelijk (‘Hé! Deze methode kan ik nog voor wat anders gebruiken.’). Bovendien biedt het de leerkracht de mogelijkheid om te vertrekken vanuit de ervaringen van de kinderen zelf.

  1. De collectieve kennisconstructie.

De ervaringen leren ons dat scholen die met een vast en strak vergaderschema op jaarbasis werken vlotter progressie maken dan scholen waar dit niet het geval is. Hierbij wijzen we erop dat de lagere afdeling en kleuterafdeling eerst gezamenlijk en daarna afzonderlijk vergaderen.  We proberen steeds zoveel mogelijk tijd aan inhoudelijk pedagogische aspecten te besteden. Nascholingen worden besproken. Het procesgericht kindvolgsysteem wordt in groep behandeld. Dit wat betreft de interne communicatie op schoolniveau. MDO vooral met het CLB en het revalidatiecentrum worden eveneens op regelmatige basis georganiseerd. Al deze aspecten worden verwerkt in het schoolwerkplan en het gelijke onderwijskansenactieplan

Structurering.

De rol van de directeur situeert zich op het vlak van het coachend begeleiden en het ontwikkelen van gerichte druk met betrekking tot de zorg voor kwaliteit. Gedeeld intern leiderschap behoort eveneens tot de cultuur van onze school. Naar de ouders toe is er een open communicatie waarbij gemoedelijkheid uiterst belangrijk is.

De leerlingen

Op leerlingenniveau heeft het te maken met de zorg voor alle leerlingen. Daarbij is er naast het product ook oog voor het proces bij alle kinderen. Ongelijke leerlingen gelijk behandelen (wat betreft toetsen, rapportering, doelstellingen, enz. …) is even onrechtvaardig als gelijke leerlingen ongelijk behandelen. Zinvolle taken voor elke leerling door middel van maatwerk en differentiatie lijken ons de conditio sine qua non om het recht op aangepast onderwijs voor ieder kind te garanderen. Vandaar dat een procesgericht kindvolgsysteem voor ons (= de scholengemeenschap) aangewezen is om dit te verwezenlijken. Trefwoorden daarbij zijn welbevinden en betrokkenheid om binnen een expeditiemodel waarbij het principe “de klas vordert samen” toch sterk competentieverhogend te kunnen werken = leerwinst.

De leerkracht

Op leerkrachtenniveau gaan we uit van het standpunt dat wij er zijn voor de kinderen en niet omgekeerd. Aangezien we ons pedagogisch handelen focussen op het uniek zijn van elk kind spreekt het voor zich dat alle leerkrachten binnen een bepaald referentiekader op een identieke manier moeten kunnen werken. Alle teamleden moeten deze visie in hun hart dragen. De bezieling moet er zijn en dit alles moeten we steeds kaderen binnen de waarden van ons pedagogisch project. Om dit PPGO te kunnen realiseren en verbeteren ijveren we permanent voor zowel individuele als collectieve professionalisering.

 

 

Visie op leren

 

  1. Omschrijving

De leerlingen moeten de leerstof die ze onderwezen kregen kunnen verwerken en weergeven.

Kennis, vaardigheden en attitudes moeten ze nu kunnen gebruiken en toepassen of eventueel later in een gewijzigde situatie.

Competent handelen houdt in dat ze op de verworven competentie kunnen voortbouwen.

Daarbij komt vandaag de dag dat het leren vooral is :

– met informatie kunnen omgaan (selecteren, vergelijken, analyseren).

– zo zelfstandig mogelijk problemen kunnen oplossen.

– zichzelf nieuwe dingen eigen kunnen maken.

 

  1. Systeem (ontleend aan R. Feuerstein)

          

Filosofie

Een onvoorwaardelijk geloof in de veranderbaarheid van elk kind. Zonder dit geloof beschikt de leerkracht niet over de goede attitude om resultaat te boeken.

Die veranderbaarheid (modificatie) proberen we te bereiken zowel op het niveau van kennis, inzichten / vaardigheden als attitudes.

Om dit alles te bereiken willen we gestructureerd werken.

 

Methode

Om een en ander te kunnen bereiken willen we zeer preventief werken.

In plaats van een zwaar accent te leggen op het remediëren, willen we mediërend onderwijs verstrekken, aldus wordt de mediatiestijl gekoppeld aan de leerkrachtenstijl van primordiaal belang.

De opvoedingsstijl en de onderwijsstijl van de leerkracht zijn een hoeksteen voor de beïnvloeding van de cognitieve stijl van de leerling.

We houden rekening met de leerdisposities :

1) De leerbekwaamheid / leervaardigheid.

2) De leergeneigdheid / leerbereidheid.

3) De leergevoeligheid.

 

1) De leerbekwaamheid / leervaardigheid.

Hierbij maken we gebruik van bouwstenen voor zelfstandig leren (13) :

  1. Aanpakgedrag.
  2. Taalvaardigheid.
  3. Ruimte- en tijdsbegrip.
  4. Aandacht kunnen richten.
  5. Relevante informatie kunnen selecteren.
  6. Geïntegreerd denken.
  7. Analyseren.
  8. Vergelijken.
  9. Relaties leggen.
  10. Het geheugen gebruiken.
  11. Het principe kunnen vatten.
  12. Het probleem kunnen identificeren.
  13. Het voorstellingsvermogen gebruiken.

 

2) De leergeneigdheid / leerbereidheid.

Dit heeft te maken met goede leerhouding :

– Zelfregulering.

– Bekwaamheidsgevoel.

– Deelgenootschap.

– Doelgerichtheid.

– Openheid voor uitdagingen.

– Bewust zijn van veranderbaarheid.

– Zelfontplooiing.

– Persoonlijke zingeving.

 

3) De leergevoeligheid.

Dit heeft alles te maken met transfers :

– We willen de leerlingen bewust maken hoe hun leerproces verloopt :

* Door wat ze doen te benoemen.

* Waar mogelijk een slagzin te formuleren en de situatie voor te stellen met een tekening.

– We willen de leerlingen bewust maken van het feit waar en wanneer ze het geleerde (kennis, vaardigheden en attitudes) nog kunnen gebruiken :

* Door met hen toepassingssituaties en toepassingsvoorbeelden te zoeken.

* Door regelmatig gebruik te maken van het geleerde (kennis, vaardigheden en attitudes) en ernaar te verwijzen.

 

Bovendien streven we ernaar om voor elk kind te werken naar de zone van de naaste ontwikkeling toe waarbij we de voornaamste mediatiekarakteristieken :

  • Intentionaliteit en wederkerigheid
  • Transcendentie
  • Zingeving

aan bod laten komen.

 

 

Materialen

Aan de hand van leergesprekjes rond de bouwstenen (cognitieve structuur) en de goede leerhoudingen proberen wij onze leerlingen positief constructief te veranderen (te modificeren).

Deze wijze van werken houdt in dat er ontegensprekelijk sterk aan leren leren gedaan wordt.

Kunnen verwoorden (expliciteren) maakt dus sterk deel uit van het leerproces om te leren en zeker om te leren leren.